Skip to content

Maarten van Tours

maarten van tours

De man achter de Martinuskerk in Markelo

Een jonge romeinse soldaat

Het was een bitterkoude winterdag bij de stadspoort van Amiens. Een jonge Romeinse soldaat te paard keek neer op een naakte bedelaar die rillend in de kou zat. Geen van de voorbijgangers sloeg acht op de man. Maar de soldaat – Maarten, pas vijftien jaar oud en al ver van huis – kon niet verder rijden.


Hij trok zijn zwaard en sneed zijn mantel doormidden. De helft was eigendom van Rome, maar zijn eigen helft gaf hij zonder aarzelen aan de bedelaar. Die nacht droomde Maarten dat de bedelaar Jezus zelf was geweest, die zei: „Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.” Die droom veranderde alles.

Een leven vol keuzes

Maarten was geboren rond 316 in Savaria, in het huidige Hongarije, als zoon van Romeinse ouders. Zijn leven had er heel anders uit kunnen zien – een militaire carrière, roem en eer onder de adelaar van Rome. Maar hij koos een ander pad.

Als tiener liet hij zich al dopen, tegen de wil van zijn ouders in, en op zijn negentiende werd hij duivel uitdrijver. Hij trok zich terug als kluizenaar op het eiland Gallinaria bij Genua, ver van het wereldse geweld. Later stichtte hij het eerste klooster op Franse bodem, bij Poitiers.

Martinus van Tours

Het kunstwerk van Martinus (St Maarten) werd op 11 november 2025 geschonken aan de kerkenraad door de echtparen Henk en Tineke Zomer en Frits en Sjoke van Zwol.

Op Sint-Maarten is het kunstwerk van de patroonheilige van de Martinuskerk onthuld

De bisschop die zich verstopte

In 371 kozen de inwoners van Tours hem tot hun bisschop. Maarten vond zichzelf niet waardig voor zo’n ambt en verstopte zich, van alle plekken, in een ganzenhok. Zijn plannetje mislukte jammerlijk: de opgewonden ganzen maakten zoveel kabaal dat zijn schuilplaats meteen ontdekt werd. Zo werd hij, ondanks zichzelf, bisschop.

Als bisschop reisde hij het land door, stichtte kerken en kloosters, en streed voor gewone mensen. Hij trok zelfs naar keizer Maximus in Trier om een van zijn gelovigen te redden van een onrechtvaardige terechtstelling – een moedige stap, al mocht het niet baten.

Een heilige wiens naam voortleeft
In 397, op ongeveer tachtigjarige leeftijd, stierf Maarten aan koortsen. Hij werd op 11 november begraven in de basiliek van Tours. Zijn verhaal was echter nog lang niet voorbij. Al snel begon zijn verering zich te verspreiden door heel Europa. Zijn botten werden als heilige relikwieën verkocht – een ervan belandde zelfs in de Dom van Utrecht. En zo staat in Markelo een kerk die zijn naam draagt: de Martinuskerk. Een herinnering aan de soldaat die zijn mantel deelde, de kluizenaar die een bisschop werd, en de heilige wiens naam elk jaar op 11 november klinkt in de liedjes van kinderen die met lampions langs de deuren trekken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de Martinuskerkmail