Tijdens deze herdenkingsdienst staan we stil bij degenen die ons zijn ontvallen. Mensen die deel uitmaakten van onze gemeenschap, van ons leven – geliefden die we missen, maar die voortleven in onze herinnering.
Op het paarse kleed, de kleur van rouw en verstilling, staat een symbolisch bloemstuk. In de schikking zie je grote bladeren, als open handpalmen. Ze verbeelden het loslaten én het vasthouden – de gebaren van troost, liefde en overgave.
Drie opgaande witte bloemen trekken de blik omhoog. Ze verwijzen naar de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Een teken van verbondenheid, ook voorbij het leven dat wij kennen.
Tussen het groen staan witte rozen. Elk van deze rozen staat voor een naam, een gezicht, een verhaal. Voor mensen uit onze gemeente die we dit jaar hebben moeten loslaten. Met dit gebaar noemen we hen, zonder woorden – maar met liefde.
We vertrouwen erop dat zij nu mogen leven in het Eeuwige Licht. En wij, hier samen, dragen hun namen verder. In stilte. In herinnering. In het licht.

