Het Hauptorgel in de Martinuskerk
|
|
Hoofdwerk |
Nevenwerk |
Pedaal |
|||
| Principal | 8' | Geigen Principal | 8' | Principalbass | 16' |
| Doppelflöte | 8' | Salicional | 8' | Subbas | 16' |
| Bordun | 16' | Flauttravers | 8' | Octavbass | 8' |
| Gedackt | 8' | Lieblich Gedackt | 8' | Gedacktbass | 8' |
| Octav | 4' | Geigen Principal | 4' | Octav | 4' |
| Quinte | 3' | Klein Gedackt | 4' | Posaune | 16' |
| Doppelflöte | 4' | Spitzflöte | 2' | Trombone * | 8' |
| Octav | 2' | Oboe (b/d)* | 8' | ||
| Mixtur | 4 st |
|
|
||
| Tromp.(b/d) | 8' | * doorslaand | * doorslaand |
Haupt spreekt in zijn bestek over een orgel met rondbogen. Het is een stijl die we ook zien bij het front van de orgels van C.G.F. Witte in Gorcum (1853) en in de Oude kerk van Delft (1857). De vorm van het pedaal is concaaf, d.w.z. dat de pedaaltoetsen aan de linker en rechter kant hoger staan dan in het midden. Daardoor krijgt het pedaal een enigszins holle vorm.
Het is opvallend hoeveel 8' - registers Haupt heeft gedisponeerd. Dat paste in het tijdbeeld van wat men toen een prettige orgelklank vond. Daarnaast plaatste Haupt enkele karakterstemmen als Doppelflöte 8', 4', overblazende Flauttravers 8' , Salicional 8' en doorslaande tongen van Oboe 8' en Trombone 8'.
Met dit alles kreeg het orgel een duidelijk 19e eeuws, romantisch karakter.
In 1926 werd het instrument onder handen genomen door de fa L. Leichel te Lochum.
In 1964 was er een zeer uitgebreide restauratie door de fa Ernst Leeflang uit Apeldoorn. Uit het overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden blijkt de bedoeling van de restauratie: de typisch 19e eeuwse kenmerken van het orgel wegnemen en omzetten in een klankbeeld van de jaren '60 van de 20e eeuw. Dat betekende een ombuiging naar een veel scherpere orgelklank. Daartoe werden ook registers aangepast of vervangen: Doppelflöte 8' werd vervangen door Sexquialter 2 sterk, Doppelflöte 4' door Koppelfluit 4', Flauttravers 8' door Scherp 3-4 sterk, Oboe 8' door Dulciaan 8', Lieblich Gedackt 8' omgebouwd tot Roerfluit 8', samenstelling van de Mixtuur werd veranderd en vergroot, van Trombone 8' en Posaune 16' werden alle kelen, tongen en bekers vernieuwd. Er kwam een geheel nieuwe windvoorziening, opgesteld binnen het orgel en de 4 spaanbalgen werden verwijderd. De klavieren werden vernieuwd en een pedaalkoppel naar het Nevenwerk werd toegevoegd. Het orgel werd opnieuw geïntoneerd.
Deze restauratie is geen groot succes geworden. Na een jaar of 10 ontstonden er klachten op het gebied van stemming, ontregeling van mechanieken en bruikbaarheid van de nieuw geplaatste registers. Ten dele was daarvoor het verwarmingssysteem verantwoordelijk. Maar ook was er sprake van minder gelukkige facetten van de restauratie uit 1964.
In 1978 werd een voorlopig rapport opgesteld door de Orgelcommissie van de Nederlands Hervormde kerk. Hierin werden de gerezen problemen bevestigd. Jan Jongepier werd tenslotte als adviseur aangetrokken. In 1989 maakte hij een rapport waarin hij de problemen analyseerde en een restauratievoorstel presenteerde. De nieuwe restauratie moest alle technische gebreken herstellen en de oorspronkelijke structuur met het bijbehorende klankbeeld terugbrengen. De opdracht werd weer gegund aan de fa Leeflang uit Apeldoorn, nu onder leiding van Jan Keijzer.
Om een goed beeld te krijgen van Haupts werkwijze en om voorbeelden te vinden voor het herstel van verdwenen registers werden orgels van Haupt bezocht uit de bouwtijd van het orgel van Markelo. Zo werden de orgels bestudeerd van de Evangelische Walburgischkirche te Venne (1847), van de Ev. St. Christophoruskirche te Vörden (1852) en van de Ev. Kirche te Lage (1856). Gelukkig kon ook (een gedeelte van het) pijpwerk worden teruggeplaatst dat in 1964 was verwijderd: van Doppelflöte 8', 4', van Flauttravers 8' en van Oboe 8'. Maar er waren ook tegenvallers. Van veel pijpen bleken de loden kernen niet meer te functioneren. Ze waren soms helemaal tot poeder uiteengevallen.
Waarschijnlijk kwam dit door de kwaliteit van het door Haupt gebruikte eikenhout. Als eikenhout onvoldoende is gewaterd bevat het te veel zuur. Daardoor werden in het orgel van Markelo de loden kernen van het overige pijpwerk aangetast. Voor de restauratie betekende dit een forse financiële tegenvaller: van ongeveer 300 pijpen moesten de kernen worden vernieuwd. Jan Jongepier schrijft in zijn verslag uit 1996 dat in de afgelopen decennia een dergelijke calamiteit zich in ons land niet heeft voorgedaan bij restauraties van een groot orgel.
Belangrijke veranderingen die de oorspronkelijke
toestand van het orgel moesten herstellen waren o.a.: verwijdering van delen
van de windvoorziening uit 1964; plaatsing van een magazijnbalg rechts van
het orgel; restauratie van windladen en slepen; herstel van walsramen en
registertractuur; vervanging van de abstracten; herplaatsing en/of
reconstructie van pijpwerk als Doppelflöte 8', 4', Mixtur, Trompete 8',
Lieblich Gedackt 8', Flauttravers 8', Oboe 8', Trombone 8' en Posaune 16'.
Ook werd een tremulant toegevoegd. Door deze grondige aanpak kreeg het orgel
zijn oude luister terug. Prestanten, fluiten en strijkers mengen zich weer
uitstekend met elkaar. Ook de tongwerken harmoniëren prima in het geheel. De
Trompete 8' domineert de andere registers nergens in plenumspel. De klank
is rijk aan varianten. Talloze combinaties zijn er om mee te kleuren.
Opmerkelijk is ook de doorslaande Trombone 8'. De bedoeling in het bestek
van Haupt was "een goede bas bij het positief". De grootte van het pedaal
dient in de eerste plaats de klankvariatie, daarna pas de basversterking.

In 2005 ging een oude wens van het kerkbestuur in vervulling. In 1995 waren door bepaalde omstandigheden het orgelfront en de orgelkas niet meegenomen in het restauratieplan. Nu kon met goedkeuring van de Rijksdienst voor Monumentenzorg ook de 2e fase worden afgerond. Orgelmaker Reil uit Heerde zorgde voor aanpak van het orgelfront en reconstructie van de balustrade. Tevens werden door dit bedrijf enkele mechanische problemen bij klavieren en pedaal verholpen. Restauratieschilder Wolters uit Deventer bracht het orgel terug in een oorspronkelijke kleur.
Direct na de restauratie is in 2005 een CD opname gemaakt vanuit de
Martinuskerk te Markelo. Gijs van Schoonhoven bespeelt het orgel. Eén stuk is redelijk illustratief voor het karakter
van het Hauptorgel en dat is
Andantino alla Marcia in B dur van F. Mendelssohn 1809-1847 .
De gebruikte registratie= 1,4,5,6,10,11,18,19,21,23,24,25 Man. kop., P/HW
(voor registernummers zie onderstaande lijst)
De complete CD (69
minuten) is te koop. Kosten 10 euro + verzendkosten.
Voor details kunt u het beste een e-mail sturen naar:
webmaster@pkn-markelo.nl
Huidige dispositie Haupt-orgel Martinuskerk Markelo:
|
Hoofdwerk |
Nevenwerk |
Pedaal |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
| C | C0 | C1 | C2 | C3 |
| 2 | 22/3 | 4 | 51/3 | 8 |
| 11/3 | 2 | 22/3 | 4 | 51/3 |
| 1 | 11/3 | 2 | 22/3 | 4 |
| 2/3 | 1 | 11/3 | 2 | 22/3 |
|
winddruk: toonhoogte: temperatuur: speelhulp: |
79 mm |
. . . H H L K |
H : Haupt 1863 |
tekst: Jaap Berghuis