Antependia 2017-02-12T18:28:43+00:00
Het kerkelijk jaar.

In de kerk wordt een kalender gevolgd, namelijk die van het kerkelijk jaar. Dit is opgebouwd rond de drie grote feesten: KerstPasen en Pinksteren. Alle zondagen zijn zo ingepast in een cyclus van zondagen en hebben daarom ook hun eigen karakter, dat tot uitdrukking komt in hun naam, kleur van de kerkelijke kleden en de lezingen.
Het kerkelijk jaar begint als wij ons voorbereiden in vier zondagen op de komende Kerst. Deze voorbereidingstijd heet Advent en valt dus meestal eind november, begin december en de kleur is dan paars.

Kleuren komen in de kerk voor op de antependia, de afhangende kleden op de avondmaalstafel en of de lezenaar, in de stola rond de nek van de predikant(e) en vaak ook in het bloemstuk of bij een aandachtswand.
Daarvoor zijn de volgende kleuren ingepast in het kerkelijk jaar:

Wit de feestkleur. Gebruikt met Kerst en Pasen en de weken daarna inclusief Trinitatis, want een feest werkt lang door, ook bij Doop en Belijdenis soms gebruikt;
Groen, de kleur van de hoop. Een kleur die hoort bij de tijd van Pinksteren tot Advent;
Paars, ingetogenheid, voorbereiding, dus in de perioden die aan Kerst en Pasen voorafgaan;
Rood, de felle kleur van de Heilige Geest, hoort dus bij Pinksteren,  ook bij bevestiging van ambtsdragers, soms ook op Palmpasen, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag; Het kerkelijk jaar eindigt dan op de laatste zondag voor 1e Advent, de Zondag van de Voleinding.
Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar worden vaak de mensen herdacht die de gemeente zijn ontvallen.